UK HB CH JP IN RU
T +31 (0)20 - 4458445

Pesten op de werkvloer komt de werkgever duur te staan

05 mei 2017

Door mr. M.M. Vink

Pesterijen vinden helaas ook tijdens werktijd plaats en kunnen zich in allerlei vormen uiten, zoals vloeken, roddelen, intimidatie of buitensluiten. Een werknemer die wordt gepest door een collega of een leidinggevende zal hierdoor steeds minder plezier in zijn werk beleven en zal de bedrijfscultuur verslechteren. In veelvoorkomende gevallen leidt dit ook tot verzuimdagen, disfunctioneren of uitdiensttreden van de werknemer.

Als een werknemer wordt gepest heeft de werkgever de verplichting om het pestgedrag te doen stoppen, bijvoorbeeld door het inzetten van mediation. Als het getreiter er uiteindelijk toe leidt dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, heeft de werknemer sinds juli 2015 naast de transitievergoeding soms ook het recht op een zogeheten billijke vergoeding. De transitievergoeding is een wettelijk verplichte financiële vergoeding en geldt voor een ontslag via het UWV, de kantonrechter of bij een aflopend jaarcontract na minimaal twee jaar dienstverband. De billijke vergoeding kan worden toegewezen wegens het ‘ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever’. In de rechtspraak wordt pesten soms als ernstig verwijtbaar beoordeeld.

Zo is er op 16 oktober 2015 uitspraak gedaan bij de kantonrechter te Rotterdam waarbij de werknemer een billijke vergoeding kreeg. In deze zaak had een 63-jarige notarieel medewerkster ontbinding van haar arbeidsovereenkomst verzocht. Ze voelde zich genoodzaakt om dat te doen, omdat de notaris waarvoor zij werkte haar voortdurend kwetsend had bejegend. In feite werd de medewerkster weggepest door een leidinggevende.

De werkgever heeft vervolgens niet gereageerd op het verzoek van de werkneemster tot mediation hetgeen werd aangeraden door de arbo-arts. In de gerechtelijke procedure gaf het notariskantoor als verweer dat de werkneemster temperamentvol is. Dit argument sneed volgens de kantonrechter geen hout. Hij wees het ontbindingsverzoek toe en oordeelde dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten door de werkgever, waardoor een billijke vergoeding van €50.000 bruto dient te worden toegekend aan de werknemer. Deze billijke vergoeding was veel hoger dan de toegewezen transitievergoeding van €16.184. De hoogte van de billijke vergoeding werd in casu mede bepaald door het feit dat de 63-jarige werkneemster een groots bedrag aan pensioengelden zal mislopen door de ontbinding.

Het notariskantoor ging in hoger beroep, omdat ze het niet eens was met de hoogte en berekening van deze billijke vergoeding. Zij betoogde dat er bij de billijke vergoeding geen rekening dient te worden gehouden met de financiële gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (waaronder de pensioengelden). Het gerechtshof gaf als hoofdregel dat de financiële gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst inderdaad in beginsel worden gedekt door de transitievergoeding. De billijke vergoeding is daar in principe niet voor bedoeld. Onder bepaalde omstandigheden kan de hoogte van die transactievergoeding echter tekortschieten, zoals in deze zaak het geval was. Het gerechtshof gaf aan dat in dergelijke situaties bij de berekening van de billijke vergoeding tóch rekening mag worden gehouden met de financiële gevolgen van de werknemer. In hoger beroep werd de billijke vergoeding van €50.000 dus in stand gehouden.

Zo zie je maar weer, plagerijen op de werkvloer waarop door de werkgever niet adequaat wordt ingegrepen, kan de werkgever veel geld kosten, zeker als hij of zij zelf de pestkop is.

Pesterij op het werk krijgt hoe langer hoe meer aandacht van de overheid en de rechtspraak. We adviseren dan ook om daar serieus mee om te gaan, regels voor op te stellen, een vertrouwenspersoon (mede) voor aan te stellen en adequaat te acteren wanneer signalen van pesterijen de werkgever bereiken.

Terug naar het overzicht

Marjolein Vink