UK HB CH JP IN RU
T +31 (0)20 - 4458445

Ontslag om WhatsApps?

14 juli 2020

Door mr. L. van Hezik

Bijna allemaal gebruiken we WhatsApp. Het is een effectief en snel communicatiemiddel. Het is daarom niet zo vreemd dat we deze vorm van communicatie ook steeds vaker een rol zien spelen in de rechtspraak. Zoals ook vorige maand, toen de rechtbank Amsterdam uitspraak deed in een spraakmakende arbeidszaak.

De zaak ging over een werkneemster die in de functie van assistent-hotelmanager werkzaam was. Op 9 januari van dit jaar meldde zij zich ziek wegens ‘griepklachten’. Enkele weken later, op 23 januari, werd de werklaptop van werkneemster ter beschikking gesteld aan een collega. Op deze laptop had werkneemster de WhatsApp-applicatie geïnstalleerd, waardoor haar collega gedurende zijn werkzaamheden ineens WhatsApp berichten op het scherm zag verschijnen.

Uit deze berichten, die de zieke werkneemster met haar vriend uitwisselde, bleek dat zij haar griep veinsde. Werkneemster gaf aan dat zij niet wist hoelang zij griep nog als excuus kon gebruiken om thuis te blijven. Haar vriend stelde vervolgens voor om longontsteking als excuus te gebruiken. Hierop reageerde werkneemster: ’’Hahaha of gewoon dat ik er doorheen zit’’ ’’Dat het allemaal teveel wordt’’ (gevolgd door een smiley met tranen van het lachen). Ook geeft werkneemster aan “goed toneel” te hebben gespeeld. Ook was duidelijk geworden dat werkneemster tijdens haar ziekte had gesolliciteerd bij een andere werkgever.

De collega liet de berichten aan werkgever lezen, waarop werkmeester op staande voet werd ontslagen. Werkneemster was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter. Ze stelde zich op het standpunt dat zij wel degelijk ziek was en dat haar werkgever vanwege haar privacy niet haar WhatsApp-berichten had mogen inzien.

De rechtbank ging niet mee met het betoog van werkneemster en oordeelde dat weldegelijk sprake was van een rechtsgeldig gegeven ontslag en dat - hoewel ze privacygevoelig zijn - de WhatsApp berichten wel meegenomen konden worden in het oordeel. Daarbij hield de rechtbank ook rekening met het feit dat werkneemster zelf de WhatsApp applicatie op de laptop had geïnstalleerd, met alle gevolgen van dien. De rechtbank gaf ook aan dat zelfs al mocht het bewijs onrechtmatig verkregen zijn, dit volgens vaste jurisprudentie, niet met zich bracht dat de rechtbank er ook geen acht op mocht slaan.

In dit geval stapte de rechtbank over de privacy-kwestie heen, maar de combinatie van privacy en het arbeidsrecht kan soms best lastig zijn. Wij adviseren met regelmaat over dit onderwerp, alsook over andere arbeidsrechtelijke kwesties. Heeft u een vraag? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op.

Terug naar het overzicht

mr-l-liell-van-hezik