UK HB CH JP IN RU
T +31 (0)20 - 4458445

Privégebruik van de zakelijke telefoon niet onbegrensd

02 januari 2017

Door mr. L. van Hezik

Privégebruik van internet op het werk geeft regelmatig aanleiding tot discussie tussen werkgever en werknemer. Zo ook onlangs weer. De kantonrechter te Tilburg deed op 19 oktober jl. uitspraak in een zaak waarin een werknemer met zijn zakelijke telefoon gedurende een periode van een half jaar - tijdens werktijd - een grote hoeveelheid amoureuze WhatsApp-berichten (1.255!) uitwisselde met verschillende dames. De rechter oordeelde dat de werknemer de daaraan bestede tijd aan zijn werkgever moest terugbetalen, te weten 57,5 uur.


Wat was er aan de hand?

De werknemer gebruikte ten behoeve van zijn werk een mobiele telefoon van de zaak. Het bedrijfsreglement bepaalde dat “incidenteel en beperkt gebruik van de telefoon voor persoonlijke doeleinden” was toegestaan, maar dat daarbij “de regels van zorgvuldigheid, integriteit en goede naam in acht moeten worden genomen”. Aan het einde van de arbeidsovereenkomst weigerde de werkgever de resterende verlofuren (214,2) van de werknemer uit te betalen. Reden hiervoor was dat de werkgever meende dat de werknemer tijdens werktijd een aanzienlijke hoeveelheid liefdesberichten zou hebben verstuurd en ontvangen. Volgens de werkgever was de inhoud van de berichten van emotionele aard en zat er een psychologische component aan, waardoor de tijd die aan de berichten is besteed uit (veel) meer heeft bestaan dan die voor het typen en lezen van de berichten alleen. Volgens de werkgever blijkt uit de inhoud van de berichten dat “de werknemer volledig in de wolken was en in vervoering is geraakt”. Om voornoemde redenen komt volgens de werkgever de aan de berichten gespendeerde tijd neer op gemiddeld vijf minuten per bericht. De werkgever meent dat zij ten onrechte loon heeft betaald over deze tijd en stelt dat zij dit loon mag verrekenen met de verschuldigde vergoeding voor niet genoten vakantiedagen.


De rechter is duidelijk; geen arbeid, geen loon.

De kantonrechter stelt de werkgever in het gelijk. Vast staat dat de werknemer tijdens werktijd 1.255 WhatsApp-berichten heeft verstuurd en ontvangen. Het veelvuldige gebruik van WhatsApp voor privédoeleinden tijdens werkuren, zonder dat daartoe een noodzaak bestaat en zonder dat de werkgever daarvan kennis heeft of daarmee heeft ingestemd, blijft voor rekening van de werknemer. Immers, krachtens art. 7:628 BW geldt: “geen arbeid geen loon”. Voorts wordt de werknemer aangerekend dat een bedrijfsreglement van toepassing was op zijn arbeidsovereenkomst, welk reglement de werknemer heeft overtreden. Volgens de rechter is bij een hoeveelheid privé-berichten zoals hier aan de orde, geen sprake (meer) van “incidenteel en beperkt gebruik voor persoonlijke doeleinden” van de beschikbaar gestelde zakelijke telefoon. De werkgever mag daarom de schade op basis van de niet-gewerkte tijd verrekenen met de resterende verlofuren. De werknemer heeft in dit geval in ieder geval 1.255 WhatsApp-berichten verstuurd en ontvangen, naar schatting van de rechter met een gemiddelde tijdsduur van – in plaats van vijf - tweeëneenhalf à drie minuten per bericht, te vermenigvuldigen met het uurloon ten bedrage van EUR 25,63 (inclusief 8% vakantiebijslag). Dat komt neer op een bedrag hoog EUR 1.500,- bruto dat door de werkgever met het nog te betalen loon mag worden verrekend.


Wat betekent dit voor de praktijk?

Uit deze uitspraak blijkt dat inhouding van loon gerechtvaardigd kan zijn wanneer een werknemer zich tijdens werktijd excessief bezighoudt met privézaken. Dat is niet beperkt tot de mobiele telefoon, maar bijvoorbeeld ook via de computer waar de werknemer op werkt. Het excessieve gebruik moet dan wel vast staan, een vermoeden is niet genoeg. In de praktijk kan het voor een werkgever lastig zijn aan te tonen dat daadwerkelijk sprake is van dergelijk excessief gebruik. Dit mede met het oog op de privacy van medewerkers. Indien de werkgever wél kan aantonen dat de werknemer zich excessief heeft bezighouden met privézaken tijdens werktijd, biedt deze uitspraak een alternatief voor het geval de werkgever een sanctie wenst op te leggen, maar ontslag (nog) niet gewenst is.

Over het algemeen dient te gelden dat een werkgever moet accepteren dat werknemers zich tijdens hun werk tot op zekere hoogte met privézaken bezighouden. Het hiervan verbieden door de werkgever, zal over het algemeen in strijd worden geacht met het beginsel van goed werkgeverschap. Dit geldt temeer bij bedrijven waarin ‘werktijden’ een ruim begrip zijn en werknemers ook buiten kantooruren aan het werk zijn. Denk bijvoorbeeld aan binnenkomende e-mails op de zakelijke telefoon die altijd aanstaat.

Dan tot slot nog een tip voor de werkgevers; de behandelde uitspraak laat duidelijk het belang zien van heldere bedrijfsregels. Zorg dat iedereen op de werkvloer weet wat het interne beleid is, en maak afspraken over het gebruik van e-mail en telefonie. Neem de afspraken op in een telefoonregelement of in het personeelshandboek, en zorg ervoor dat deze van toepassing is verklaard op de arbeidsovereenkomst.

Terug naar het overzicht

liell-van-hezik